De sonar en het zoeklicht bij het Wehrmachthuisje.

Een dodelijk huisje in de Hei

vrijdag 9 augustus 2019 - 12:30|John Henkes

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 31: Een dodelijk huisje in de Hei.

Anders dan in Someren-Dorp en Someren-Eind is er bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in Someren-Heide niet gevochten. De verdedigingslinie aan het kanaal lag ver van de Hei en bovendien was er in het dorp nauwelijks een kern te ontdekken. De enkele honderden inwoners woonden grotendeels verspreid in hun boerderijen in het buitengebied. Het ontginningsdorp was nog geen vijfentwintig jaar eerder ontstaan toen de gemeente Someren ontginningskavels ging uitgeven aan boeren vanuit alle windstreken die zich in Someren-Heide gingen vestigen. Wel stond er sinds enkele jaren een houten kerk met dito pastorie en een vierklassige Lagere School, die gebouwd werd nog voor dat een houten school aan de Smulderslaan in 1939 was afgebrand.

Someren-Heide lag niet in de vuurlinie zogezegd en kreeg het oorlogsgebeuren in de eerste dagen mee van terugtrekkende soldaten, die overrompeld door de overmacht aan Duitse troepen een goed heenkomen zochten richting Maarheeze. Ook zagen ze vluchtelingen uit Nederweert via de Booldersdijk en de Kerkendijk naar Someren trekken, waar ze enkele dagen werden opgevangen tot ze na de capitulatie van de Nederlandse Strijdkrachten, weer veilig naar huis konden terugkeren. Voor de rest ging het oorlogsgebeuren aanvankelijk aan Someren-Heide voorbij.

Dat veranderde enigszins met de bouw van twee ‘Wehrmachthuisjes’ in 1941 In het kader van de Duitse luchtverdediging, De Kammhuberlinie.  Eén stond er in het veld aan de Hugterweg en de ander werd gebouwd achter het pakhuis van de Boerenbond aan de Kerkendijk. De huisjes waren bedoeld als onderkomen voor een tiental soldaten die het zoeklicht moesten bedienen en later ook het luisterapparaat, een voorloper van de radarinstallaties.

Twee ooggetuigen, die vlak bij het Wehrmachthuisje woonden, vertellen in eigen woorden hun oorlogsbelevenissen: Wiel Verdonschot, 90 jaar en Bart Hurkmans, 84 jaar maakten alles van dichtbij mee.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Wiel Verdonschot. 

Verdonschot: “De Duitsers hadden een tekening. De plaatselijke aannemer moest de huisjes bouwen. Ze waren nagenoeg allemaal hetzelfde. Niet groot, zo’n verblijf voor 8 tot 10 soldaten. Die hadden daar hun verblijf, slaapplaatsen, een keukentje en een kamer. In het begin zaten ze er constant, maar later wisselde dat nogal. Als we in de winter naar de Boerenbond gingen om het graan te laten malen, kwamen we erlangs en dan waren ze er ook. Hurkmans: “We woonden aan de Kerkendijk, vlak naast de Boerenbond, waar onze vader Frans toen zaakvoerder was. Het Wehrmachthuisje is gebouwd schuin achter ons huis op onze grond. Wanneer het huisje precies gebouwd is weet ik niet, maar ons moeder is in 1943 gestorven en toen zaten ze er al een hele tijd, dus ik denk begin 1942. We speelden er wel eens, Jan Geurtjens en ik, wat we stiekem deden, want dat mocht niet van onze ouders.”  “Het zoeklicht en het afluisterapparaat zijn gelijktijdig geplaatst, dat weet ik wel. Ze stonden zo’n 35 meter uit elkaar en waren allebei omgeven door een aarden wal, wel zo hoog als hier het plafond van ons huis. Ze hebben er alles bij elkaar wel een paar jaar gestaan. Ik denk zo van begin 1942 tot 1944”, vult Verdonschot aan.

Net als in heel De Peel waren de Duitsers behoorlijk aanwezig in hun doen en laten. Hurkmans: “We vonden de Duitsers nogal brutaal, want toen ze in het Wehrmachthuisje kwamen, stonden er meteen twee officieren bij ons op de stoep. Ze hebben ons niks gevraagd, maar ze moesten de beste kamer hebben, het liefst voor in het huis. Wij moesten die ontruimen en zij gebruikten die als kantoor en slaapkamer voor hun tweeën. Eten deden ze bij hun manschappen in het huisje. Bij ons was het thuis dus altijd opletten met wat je zei en wat je deed.” Verdonschot: “Maar als er vliegtuigen overkwamen en ze met die zoeklichten schenen bleven we er wel weg, want dan vertrouwden we het niet.” De lampen waren niet continue aan. De Duitsers luisterden eerst met het luisterapparaat. Als ze iets hoorden, gingen ze met de zoeklichten op zoek. Die lichtbundel was heel groot en scheen zo hoog, dat ze die vliegtuigen makkelijk konden bereiken Een zoeklicht kon gerust 1000 meter of meer omhoog schijnen. Dat afluisterapparaat kon horen wat niemand anders kon horen. De Engelsen hadden daar wat op gevonden. “Ze gooiden van die bollen met zilverpapier uit de lucht. En dat dwarrelde en ritselde in stroken naar beneden. ’s Nachts zagen we dat niet, maar de volgende dag zagen we ze wel op het land liggen”, zegt Verdonschot.

Het Wehrmachtshuisje intrigeert de jongens, vooral het zoeklicht is interessant. Hurkmans ziet van dichtbij een vliegtuig neerkomen. “Voor ons jongens was het huisje niet eens zo interessant. Wij hadden als jongens veel meer belangstelling voor het zoeklicht. We hebben een keer gezien, het was ’s avonds en ze waren met het licht aan het schijnen, dat ze er één gevangen hebben in het licht, recht boven ons hoofd. Het was een klein vliegtuigje en het werd neergeschoten. Het ding ging draaien en draaien en op een gegeven moment viel die naar beneden. Hij is toen neergekomen bij Jozef Haazen op de Heikant. Als 10-jarigen waren we ook brutaal en daags daarna zijn we gaan zoeken waar ie lag. En ik kan het me nog goed herinneren, die piloot was nog maar een klein ‘menneke’, want hij was helemaal verbrand. Van waaruit er geschoten is, weet ik niet, want bij het Wehrmachthuisje stond geen geschut, alleen een zoeklicht.”

Verdonschot: “De vliegtuigen die overkwamen hadden net hun route over Zuidoost-Brabant en vlogen zo net in de baan waar de zoeklichten stonden. Ze probeerden die met hun lichten te vangen en aan elkaar door te geven. Die lichtbundel volgde de bommenwerpers en dan werden ze verder weer door een ander zoeklicht overgenomen. Je kon die vliegtuigen, als ze die in het licht gevangen hadden goed zien. De jagers vlogen er dan op af en probeerden de bommenwerpers neer te schieten, maar die waren ook bewapend met boordgeschut en bovenop hadden ze een glazen koepel met een kanon erin. Dikwijls genoeg, als de bommenwerpers ’s nachts naar Duitsland vlogen, stonden wij te kijken. Elke nacht kwamen er weer nieuwe en altijd viel er wel één neer. Maar er viel ook wel eens een jager naar beneden. In de laatste dagen van de oorlog is Berlijn wel 30 dagen achtereen gebombardeerd. Toen vlogen de bommenwerpers zelfs overdag over. We konden ze zo zien vliegen. Op het eind van de oorlog, we waren toen al bevrijd, vlogen ze met die zware bommenwerpers met vier motoren, met een zweefvliegtuig erachteraan. Daar zat allerlei materiaal in tot zelfs tanks van wel 30 ton. Er raakte er toen één los boven Someren-Heide en die moest uitzweven en ergens aan de grond gezet worden. Hij is tegenover Theo van Rooij aan de Smulderslaan tegen de grond gegaan. Het was in maart en wij waren op het land bezig. Dus wij als snotneuzen van een jaar of dertien, veertien, ernaartoe. Hij kwam neer op zwart land met wat slijk en dat vloog alle kanten uit. Daar zat geen zwaar materiaal in, alleen wat van die carriers en jeeps.” “Een zweefvliegtuig raakte inderdaad  los en kwam neer nabij de Smulderslaan. En ik kan het nog steeds niet snappen van dat vliegtuig. Ik heb het zien liggen. En daags daarna… alles weg!”, vult Hurkmans aan.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Bart Hurkmans.

De boeren in de Hei hadden het zwaar te verduren, niet alleen door het Wehrmachtshuisje. Overal moest rekening mee worden gehouden. Wilde je graan malen, een maalvergunning. Dorsen, een dorsvergunning. Niet alle boeren bleken zich aan de ‘regels’ te houden.

 “Als boer moest je in die tijd alles precies opgeven wat je produceerde. En je moest zoveel afleveren voor de Duitsers, want die hadden honger. Zelfs als je graan wilde malen voor je beesten, moest je een maalvergunning hebben. En om te dorsen moest je een dorsvergunning hebben. Maar er werd natuurlijk gesjoemeld en gesmokkeld. Bij het slachten ging het precies hetzelfde. Je mocht per persoon een bepaald aantal kilo’s hebben en alles wat je meer had, moest je geven voor mensen die het minder hadden. Zo ging dat in die tijd bij de Boerenbond”, zegt Verdonschot. “Onze vader was ook molenaar op de Boerenbond. Hij heeft wel veel moeite gehad met de Duitsers. De boeren leverden de graankorrels en namen het meel mee terug. Onze vader moest dat gelijk noteren, maar op dat gebied was hij niet zo secuur, want ja de boeren moesten ook leven. Er werd wel gezegd: ‘die Frans, die schept niet slecht.’ Ondergewicht noemde onze vader dat. Kapelaan Geboers kwam wel eens langs en dan schepte onze vader wat van het meel dat hij gemalen had en dan kwam dat via de kapelaan bij de onderduikers in Lierop terecht”, vult Hurkmans aan.

Dat er risico mee gepaard gingen bleek toen de vader van Hurkmans ineens een tijd weg was. “Op een keer werd ons vader opgepakt en de molen heeft toen een tijdje stilgelegen. Het geluk was dat onze vader de enige was die de molen kon bedienen en daarom was hij persoonlijk onmisbaar. Toen ons vader weg was moesten we van ons moeder op onze knieën voor een groot H. Hart beeld bidden voor zijn terugkomst. Een paar dagen later kwam hij, tot onze opluchting weer binnengestapt. De volgende morgen, alsof er niets aan de hand was, is hij weer gaan malen.” Verdonschot: “Alles werd gecontroleerd. Als je gepakt werd bij het zwart verwerken, dan kon je een flinke boete krijgen of erger. Maar de controleurs waren van die boerenmensen, die ook geen inkomen meer hadden. Vader was in de vijftig en de zonen van twintig dreven de boerderij, en vader ging controleren. Maar dat waren net de goeie, die wisten wat boeren inhield. Ik weet nog dat ze bij ons aan het dorsen waren en toen zat er ook zo’n boerencontroleur. Ik ken hem nog goed, het was Marinus Manders. Het vroor en het was droog, lekker vriezend weer. Marinus zat met zijn rug tegen een gasgenerator en zat te lezen. Op een bepaald moment moest Marinus een plasje doen of zoiets. Hij stond op, draaide zich om en keek om zich heen. Hij zag nog net dat iemand met een zak graan op zijn nek naar het stro liep om hem daar te verbergen. Marinus draait zich weer om gaat zitten en gaat verder met lezen. Even later dacht Marinus dat de zak wel weg zou zij. Toen pas ging hij een plasje plegen. Van die controleurs moest je het hebben.” Verdonschot maakt veel spannende momenten mee om het Wehrmachtshuisje heen. “Van huis uit hadden we een pad, de sloot over en dan zo naar de Boerenbond. Dat pad liep vlak langs het huisje. Onze vader had graan dat op de Boerenbond gemalen moest worden. We gingen dan ’s avonds als het donker was met een kruiwagen met graan naar de Boerenbond, over het pad vlak langs de Duitsers. Dat moest heel stilletjes gebeuren. Niet dat die Duitsers zoveel om die smokkelactiviteiten gaven, maar ze konden je ook als spion zien. We gingen met de kruiwagen bij de Boerenbond binnen, gooiden het te malen graan op de hoop en namen het gemalen graan mee terug naar huis. Zo werd er van alles uitgespookt.” Dat was echter niet de enige stunt die werd uitgehaald. “Een tijdje voordat we bevrijd waren, bleek dat de Duitsers bij het Wehrmachthuisje op dat moment weg waren. Wij waren toen van die gasten van 13, 14 jaar en wij liepen daar dus rond. In het midden van de aarden wal rond het zoeklicht was een ingang en die was open. Er lagen daar balken en andere zaken die wij nergens konden kopen. Die lagen daar zomaar. De Duitsers waren weg en wij namen het hele zootje mee naar huis. We dachten: De Duitsers hebben ook zo gestolen, dus doen wij dat ook maar. Alles kwam bij ons in de schuur terecht. Maar wat was het geval, een week later kwamen er weer nieuwe Duitsers. We hebben toen alles boven de koestal onder het stro verstopt, want we vertrouwden het niet meer. We wisten ook niet of iemand iets gezien of gehoord had. Blijkbaar is er nooit iemand achter gekomen.” Zo ook Bart Hurkmans niet. Tot hij Wiel Verdonschot hoort spreken over deze situatie. “Achter ons huis stond een grote stroschuur en daar keken de Duitsers rond en namen alles mee wat los en vast zat. Als de boeren stro teveel hadden, werd dat allemaal in de schuur opgeslagen, maar af en toe was de schuur nagenoeg leeg en dan zag je allerlei spullen liggen, waaronder ook die balken. Die hebben de Duitsers bij ons weggehaald. En na 75 jaar weet ik eindelijk ook waar ze gebleven zijn. Ik ben oprecht verbaasd.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Het Wehrmachthuisje. 

Aan het einde van de oorlog, vonden er best nog wat luchtgevechten plaats in Someren-Heide. Hurkmans: “Er was een mis aan de gang en in die tijd ging iedereen nog trouw naar de kerk. In de Hei gingen de meeste mensen op hun klompen naar de kerk. Toen hoorden we het geluid van Duitse jagers, die in een luchtgevecht verwikkeld waren. Pastoor Graat deed net alsof hij uit zijn neus bloedde, maar wij zaten met schrik in de kerk.” “Ik weet het ook nog goed, het was op een zondagmorgen, de hoogmis was uit en er vlogen toestellen in de lucht. De mensen kregen haast natuurlijk. Er waren ook Duitsers bij en ze begonnen tegen elkaar aan het schieten. En bij Boots schoten ze een gierton kapot. Die lag daar tegen de muur en er was een groot gat in geschoten”, vult Verdonschot aan. Ook in Someren-Heide waren er verraders. Mensen die hulden met de vijand. Hurkmans ziet zijn vader het er moeilijk mee hebben. “De politieke delinquenten, zoals die toen genoemd werden opgepakt. Ons vader zei dat die mensen dat vaak deden uit armoede. Als zo’n mens bij ons kwam om meel te halen, kreeg die net zo goed als een gewone. Een aantal van die opgepakte mensen hebben op de vloer gelegen van de Boerenbond. Ons vader ging kijken hoe die mensen erbij lagen. Hij zag dat ze gewoon op de grond lagen te slapen. Daarom greep hij naar de pakken met meelzakken en gaf iedereen een stapel om op te liggen. Toen wilden ze ons vader daar wel weg hebben, maar hij liet zich niet wegjagen. Ook die mensen moesten fatsoenlijk behandeld worden vond hij. Ik zelf liep toen ook de Boerenbond binnen. Daar was een groot motorhok en door de glazen deur ervan, zag ik hoe de vrouwen van de politieke delinquenten allemaal werden kaalgeknipt. Het is niet te geloven dat gewone mensen zoiets doen. Dat deden de ‘Witte Jagers’, of hoe ze zich ook noemden, maar waren die dan wel zo braaf in die tijd?” En de Duitsers die nog in de Hei zaten. Die probeerden te vluchten op de meest gekke manieren. Hurkmans: “Wat ik me ook herinner is dat toen de Duitsers weg waren, de Engelsen en Amerikanen in de Boerenbond waren. Die Amerikanen waren heel anders, ze deelden van alles uit. Zo kreeg ik voor het eerst een chocoladereep te eten. De Duitsers gaven nooit iets weg, die pakten alleen af. Maar er waren nog steeds Duitsers als spionnen of vluchtelingen. Ik zag er een paar rennen. Ik dacht wat gebeurt hier? Liepen er twee vrouwen in tamelijk lange schorten, maar het waren twee Duitse spionnen in vrouwenkleren. Ik zal het nog gekker maken, er liepen twee zusters achter een kinderwagen. Dat vertrouwden de Amerikanen ook niet en het bleken twee Duitsers te zijn. En dat was in de Hei, recht tegenover de Boerenbond. En ik heb het zelf zien gebeuren. Wat wij hebben meegemaakt is ongekend.” Het Wehrmachtshuisje in Someren-Heide wordt momenteel gerenoveerd. In september zal het huisje weer te zien zijn in de originele staat. Iedereen kan dan zelf aanschouwen hoe het toen leven was.

Gerelateerde nieuwsberichten

In beeld: World Trade Center in het gemeentehuis DEURNE - De maquette van het World Trade Center van Daan van der Steijn was woensdagavond te zien in het gemeentehuis van Deurne. Tussen 20.00 uur en 21.00 uur kwamen... 13 september 2019 - 15:15
De bevrijding van Someren en Asten De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 13 september 2019 - 13:16
Verlicht WTC te zien in gemeentehuis DEURNE - De maquette van het World Trade Center van Daan van der Steijn is woensdagavond van 20.00 uur tot 21.00 uur te zien in het gemeentehuis van Deurne. Het... 11 september 2019 - 15:07
Uitslaande zolderbrand in Deurne DEURNE - De brandweer is in de nacht van dinsdag op woensdag uitgerukt voor een zolderbrand aan de Schubertstraat in Deurne. De brand ontstond rond middernacht. Al snel sloegen de... 11 september 2019 - 08:09
In beeld: Lekker Ding Festival DEURNE - De belangstelling voor de tweede editie van het Lekker Ding Festival, afgelopen zaterdag in de Kasteeltuin, was met meer dan 2000 bezoekers geweldig. Flink groter dan verwacht zelfs... 9 september 2019 - 11:43
In beeld: Gildefeest in Liessel LIESSEL - Het Kring Gildefeest barstte zondag los op sportpark de Smeltkroes. Liefst 28 gildes van binnen en buiten kring Peelland kwamen naar Liessel om zich in een grote optocht... 9 september 2019 - 09:27